duiken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
- dui·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| duiken |
dook |
gedoken |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
duiken
- (inergatief) het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)
- Zij duiken vaak in de Rode Zee.
- in het water springen zodat de armen eerst het water in gaan
- De kinderen leren van de springplank in het water te duiken.
- (ergatief) snel naar beneden gaan
- Het vliegtuig dook naar beneden.
- (ergatief) snel verbergen of ontwijken
- De keeper dook naar de bal.
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)
2.in het water springen zodat de armen eerst het water in gaan
3. snel naar beneden gaan
4. snel verbergen of ontwijken
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [3]: (met iemand) in de koffer duiken
Zelfstandig naamwoord
duiken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord duik
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.