droppen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- drop·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| droppen |
dropte |
gedropt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
droppen
- (ergatief) druppen, druppelen
- Het water dropte van het dak af.
- (overgankelijk) iemand ergens afzetten
- Ze dropten hen bij de disco.
- (overgankelijk) uit een vliegtuig laten neerkomen
- Hij werd op 2 km hoogte gedropt.
- (badminton) de shuttle zeer kort over het net slaan
- Bij rolstoelbadminton mag er niet gedropt worden.
Synoniemen
- [3] parachuteren