droog
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- droog
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | droog | droger | droogst |
| verbogen | droge | drogere | droogste |
droog
- geen of zeer weinig vocht bevattend
- Die broek is weer droog.
Antoniemen
Vertalingen
1. geen of zeer weinig vocht bevattend.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| drogen |
droog