droger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dro·ger
enkelvoud meervoud
naamwoord droger drogers
verkleinwoord drogertje drogertjes

Zelfstandig naamwoord

droger m

  1. een toestel dat natte voorwerpen, bijvoorbeeld wasgoed droogmaakt
    Gooi dat natte goed maar in de droger!
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

droger

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van droog
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen