droefheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droef·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord droefheid droefheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

droefheid v

  1. de mate van droef zijn
    De droefheid was groot toen onze hond overleed.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen