doorzien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·zien
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van zien met het voorvoegsel door-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzien
zag door
doorgezien
klasse 5 volledig [dóórzien]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzien
doorzag
doorzien
klasse 5 volledig [doorzíén]

Werkwoord

dóórzien (overgankelijk)

  1. vluchtig iets lezen, doornemen
    Zij hadden het voorstel maar eventjes doorgezien.

doorzíén (overgankelijk)

  1. inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden
    Hij doorzag het aanlokkelijke aanbod en realiseerde zich dat het afzetterij was.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen