doorzien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- dóórzien
- Geluid: dóórzien (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈdo̝rzin/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈdorzin/
- doorzíén
- Geluid: doorzíén (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /do̝rˈzin/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /dorˈzin/
Woordafbreking
- door·zien
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorzien |
zag door |
doorgezien |
| klasse 5 | volledig | [dóórzien] |
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorzien |
doorzag |
doorzien |
| klasse 5 | volledig | [doorzíén] |
Werkwoord
dóórzien (overgankelijk)
- vluchtig iets lezen, doornemen
- Zij hadden het voorstel maar eventjes doorgezien.
doorzíén (overgankelijk)
- inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden
- Hij doorzag het aanlokkelijke aanbod en realiseerde zich dat het afzetterij was.
Synoniemen
- [1] doornemen
- [2] begrijpen, bevatten, doorgronden
Vertalingen
1. dóórzien, vluchtig iets lezen
2. doorzíén, begrijpen, bevatten, doorgronden