doorvertellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·ver·tel·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorvertellen |
vertelde door |
doorverteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
doorvertellen
- (overgankelijk) iets wat men heeft horen vertelen aan een derde persoon vertellen
- Hij had het verhaal met opzet niet doorverteld, omdat hij vreesde dat het hele dorp ervan zou gonzen.