doorvertellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·ver·tel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorvertellen
vertelde door
doorverteld
zwak -d volledig

Werkwoord

doorvertellen

  1. (overgankelijk) iets wat men heeft horen vertelen aan een derde persoon vertellen
    Hij had het verhaal met opzet niet doorverteld, omdat hij vreesde dat het hele dorp ervan zou gonzen.