doorsturen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·stu·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorsturen
stuurde door
doorgestuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

doorsturen

  1. (overgankelijk) iets dat aangestuurd is naar een derde partij zenden
    Ik heb het doorgestuurd naar zijn nieuwe adres.