doorslikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·slik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorslikken
slikte door
doorgeslikt
zwak -t volledig

Werkwoord

doorslikken

  1. (overgankelijk) door te slikken uit de mondholte verwijderen
    Hij trachtte de pil door te slikken, maar zijn mond was te droog.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen