doorslikken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·slik·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorslikken |
slikte door |
doorgeslikt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
doorslikken
- (overgankelijk) door te slikken uit de mondholte verwijderen
- Hij trachtte de pil door te slikken, maar zijn mond was te droog.