doorprikken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·prik·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorprikken |
prikte door |
doorgeprikt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
doorprikken
- (overgankelijk) met een speld of naald doorboren
- Hij had de ballon doorgeprikt.