doorkruisen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·krui·sen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorkruisen |
doorkruiste |
doorkruist |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
doorkruisen
- (overgankelijk) geheel door een bepaald gebied heenreizen
- Zij doorkruisten de Sahara op hun kamelen.
- (overgankelijk) (politiek) op een wijze handelen die geheel in strijd is met een bepaald beleid
- De lidstaten doorkruisten daarmee het Europese beleid op dat gebied.