doordrongen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·dron·gen

Werkwoord

vervoeging van
doordringen

doordróngen

  1. meervoud verleden tijd van doordringen
    Wij doordróngen.
    Jullie doordróngen.
    Zij doordróngen.
  2. voltooid deelwoord van doordringen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
doordringen

dóórdrongen

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van doordringen
    ...dat wij dóórdrongen.
    ...dat jullie dóórdrongen.
    ...dat zij dóórdrongen.