doorbuigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • door·bui·gen

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorbuigen
boog door
doorgebogen
klasse 2 volledig

doorbuigen

  1. (ergatief) tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht
    De planken van de boekenkast bogen langzamerhand door onder het gewicht van alle wijsheid.
Vertalingen