doorbuigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- door·bui·gen
Werkwoord
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorbuigen |
boog door |
doorgebogen |
| klasse 2 | volledig | |
doorbuigen
- (ergatief) tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht
- De planken van de boekenkast bogen langzamerhand door onder het gewicht van alle wijsheid.