doorbreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

dóórbreken
doorbréken
Woordafbreking
  • door·bre·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorbreken
brak door
doorgebroken
klasse 4 volledig

Werkwoord

dóórbreken

  1. (ergatief) breken zodat er een doorgang ontstaat.
    Die dijk staat op doorbreken.
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorbreken
doorbrak
doorbroken
klasse 4 volledig

Werkwoord

doorbréken

  1. (overgankelijk), (figuurlijk) een einde aan een heersende situatie maken.
    Zijn nuchtere opmerking doorbrak het eindeloos gekibbel.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen