doorbreken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- dóórbreken
- IPA: /ˈdorbrekə(n)/
- Geluid: dóórbreken (hulp, bestand)
- doorbréken
- IPA: /dorˈbrekə(n)/
- Geluid: doorbréken (hulp, bestand)
Woordafbreking
- door·bre·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorbreken |
brak door |
doorgebroken |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
dóórbreken
- (ergatief) breken zodat er een doorgang ontstaat.
- Die dijk staat op doorbreken.
Vertalingen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorbreken |
doorbrak |
doorbroken |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
doorbréken
- (overgankelijk), (figuurlijk) een einde aan een heersende situatie maken.
- Zijn nuchtere opmerking doorbrak het eindeloos gekibbel.
Vertalingen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 4 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands