doorbraak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·braak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doorbraak doorbraken
verkleinwoord doorbraakje doorbraakjes

Zelfstandig naamwoord

doorbraak v / m

  1. een plek waar een dijk of dam is doorgeslagen
    Na die doorbraak liep de hele polder onder.
  2. een cruciale ontdekking die de weg opent naar belangrijke ontwikkelingen
    De ontdekking van penicilline was een grote doorbraak in de medische wetenschap.
  3. het doorbreken, stukbreken
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie