doop
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- doop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | doop | dopen |
| verkleinwoord | doopje | doopjes |
Zelfstandig naamwoord
doop m
- een rituele handeling waarbij door besprenkeling of onderdompeling iemand tot een geloof wordt toegelaten en eventuele zonden afgewassen worden
- Er werden drie dopen uitgevoerd.
- feestelijke inwijding bij het voor het eerst ondergaan
Verwante begrippen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| dopen |
doop
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dopen
- Ik doop.
- gebiedende wijs van dopen
- Doop!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dopen
- Doop je?
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
doop