dong
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- dong
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| dingen |
dong
- enkelvoud verleden tijd van dingen
- Ik dong.
- Jij dong.
- Hij, zij, het dong.
- Ik dong.
| vervoeging van |
|---|
| dingen |
dong