domino

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Domino's

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord domino domino's
verkleinwoord
Woordafbreking
  • do·mi·no

Zelfstandig naamwoord

domino

  1. (spel) een spel met stenen die aan twee zijden voorzien zijn van ogen en die aan elkaar gelegd worden
    In Turkije wordt er in de theehuizen fanatiek domino gespeeld.
Vertalingen

Meer informatie


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dominar

domino

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dominar.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen