domiciliëring

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·mi·ci·lië·ring, do·mi·ci·li·ering
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord domiciliëring domiciliëringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

domiciliëring v

  1. het kiezen van een (wettelijke) verblijfplaats of domicilie in principe het adres, zoals opgegeven bij de burgerlijke stand
  2. voor betaalbaarstelling het adres van bank waarnaar een factuur kan worden gestuurd


Meer informatie