dogger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dog·ger
enkelvoud meervoud
naamwoord dogger -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dogger o

  1. (geologie) het middelste tijdvak van het jura
    Het dogger duurde van ongeveer 175,6 tot 161,2 Ma geleden.
Schrijfwijzen
  • Vóór 2005 was de spelling met een hoodfletter. In specialistische publicaties staat de Taalunie het voortgezette gebruik van de hoofdletter toe, zie hier.
Synoniemen

Meer informatie