dodental
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- do·den·tal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dodental | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
dodental o
- het aantal doden bij een ramp of ongeluk
- Het dodental van deze aardbeving loopt in de honderden.