docht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /dɔχt/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /dɔxt/
Woordafbreking
- docht
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| dunken |
docht
- onpersoonlijke verleden tijd van dunken
- Het docht me niet verstandig dat te doen.