dijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- dijk
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dijk | dijken |
| verkleinwoord | dijkje | dijkjes |
dijk m de
- waterkering ter bescherming van het achterliggende land.
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.