dienst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dienst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dienst diensten
verkleinwoord dienstje dienstjes

Zelfstandig naamwoord

dienst m

  1. (beroep) dienst, een eenheid voor werktijd, zoals bij ploegendienst
  2. (economie) een dienst, instelling in de regel onderdeel van een overkoepelende organisatie
    De sociale dienst van de gemeente verstrekt uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden.
  3. (economie) een economische dienst, verschillend van een goed
  4. (religie) kerkdienst, een godsdienstoefening
  5. (militair) dienstplicht, het ingevolge van de opkomstplicht verplicht dienen van een militair (historisch in Nederland)
  6. (militair) militaire dienst, het vrijwillig dienen van een beroepsmilitair
Hyponiemen
Opmerkingen
  • Het woord dienst vormt een uitzondering op de regel dat zelfstandig gebruikte werkwoordsstammen met het achtervoegsel -st vrouwelijk zijn.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De dienst uitmaken
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Bijwoord

dienst

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    dienstdoen: dat deed dienst als warmte-isolatie.

Meer informatie


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief dienst dienste
genitief diensts dienste
datief dienste diensten
accusatief dienst dienste

Zelfstandig naamwoord

dienst m

  1. dienst