dichtknopen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dicht·kno·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dichtknopen |
knoopte dicht |
dichtgeknoopt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
dichtknopen
- dichtmaken door middel van knopen
- Hij knoopte zijn jas dicht.