dichtheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- dicht·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dichtheid | dichtheden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (maatschappelijk); compactheid
- (natuurkunde) (scheikunde) grootheid voor aantal eenheden per lengte, oppervlak of inhoud
- het dicht zijn (d.w.z. zonder gaten) zoals bij kierdichtheid
Synoniemen
Hyponiemen
- adresdichtheid, bevolkingsdichtheid, garendichtheid, kierdichtheid, kijkdichtheid, knoopdichtheid, ladingdichtheid, ladingsdichtheid, luisterdichtheid, magnetische fluxdichtheid, stroomdichtheid
Verwante begrippen
Vertalingen
1. compactheid
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.