diaken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- di·a·ken
Woordherkomst en -opbouw
Van het Griekse woord diakonos (διακονος), dat dienaar betekent.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | diaken | diakenen, diakens |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
diaken m
- (rooms-katholieke kerk): geestelijke gerangschikt direct onder een priester, die een priester helpt bij kerkdiensten
- (protestantisme): persoon die gaat over de kerkelijke armenzorg
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.