dezelfde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- de·zelf·de
Aanwijzend voornaamwoord
dezelfde
- de gelijke identiteit bezittend; meervoud of mannelijk en vrouwelijk enkelvoud, zowel zelfstandig als bijvoeglijk gebruikt
- Dit is dezelfde brief die ik gisteren zat te lezen.
- Dat zijn weer dezelfde als gisteren.