detective
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·tec·tive, de·tec·ti·ve
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | detective | detectives |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
detective m
- iemand die tracht misdaadzaken op te lossen
- De detective kwam eindelijk de moordenaar op het spoor.
- een boek of programma dat [1] als hoofdonderwerp heeft
- Hij zat een detective te lezen.