detecteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·tec·te·ren
Woordherkomst en -opbouw


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
detecteren
detecteerde
gedetecteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

detecteren

  1. (overgankelijk) iets of iemand zoeken en vinden, het bestaan ontdekken van
  2. (overgankelijk) ergens een signaal van door middel van apparatuur opvangen
    Er werden grote hoeveelheden radioactiviteit gedetecteerd langs de Japanse kust.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen