descolgar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • des·col·gar

Werkwoord

descolgar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
descolgar
descolgaba
descolgado
volledig
  1. (overgankelijk) afnemem, van de muur halen
  2. laten zakken
  3. opnemen (van telefoon)
    «El descolgó el teléfono.»
    Hij nam de telefoon op.