deprimeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·pri·me·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| deprimeren |
deprimeerde |
gedeprimeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
deprimeren
- (overgankelijk) somber stemmen
- Het slechte nieuws deprimeerde hem een beetje.