deponeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·po·ne·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
deponeren
/ˌdepoˈneːrə(n)/
deponeerde
/ˌdepoˈneːrdə/
gedeponeerd
/ɣəˌdepoˈneːrt/
zwak -d volledig

Werkwoord

deponeren

  1. (overgankelijk) weggooien
    Je kunt je afval in deze ton deponeren.
  2. (overgankelijk) registreren zodat het niet door een ander gebruikt kan worden
    Het bedrijf wilde zijn merknaam deponeren.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen