deponeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·po·ne·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| deponeren /ˌdepoˈneːrə(n)/ |
deponeerde /ˌdepoˈneːrdə/ |
gedeponeerd /ɣəˌdepoˈneːrt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
deponeren
- (overgankelijk) weggooien
- Je kunt je afval in deze ton deponeren.
- (overgankelijk) registreren zodat het niet door een ander gebruikt kan worden
- Het bedrijf wilde zijn merknaam deponeren.