denkbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • denk·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen denkbaar denkbaarder
verbogen denkbare denkbaardere

Bijvoeglijk naamwoord

denkbaar

  1. waarvan je zou kunnen denken dat het mogelijk is
    Het is eigenlijk niet denkbaar dat een mens 5000 km kan hardlopen in minder dan 50 dagen en toch gebeurd dat ieder jaar in New-York.