demonteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·mon·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| demonteren |
demonteerde |
gedemonteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
demonteren
- (overgankelijk) (techniek) in onderdelen uit elkaar nemen, afbreken