demonstreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·mon·stre·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| demonstreren |
demonstreerde |
gedemonstreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
demonstreren
- (overgankelijk) iets voordoen of duidelijk laten zien
- Hij heeft even gedemonstreerd hoe je dat doet.
- (ergatief) (politiek) een massa op de been brengen om een politieke wens kracht bij te zetten
- Er werd overal in het Midden-Oosten gedemonstreerd tegen de heersende orde.