dekking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dek·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dekking dekkingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dekking v

  1. het op elkaar passen
    Die twee vormen zijn niet tot dekking te brengen.
  2. bescherming tegen geraakt te worden bij een schietpartij
    De rotsen boden enige dekking in het vuurgevecht dat erop volgde.
  3. (schaak) de mogelijkheid terug te slaan wanneer een stuk geslagen wordt