dekking
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dek·king
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van dekken met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dekking | dekkingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
dekking v
- het op elkaar passen
- Die twee vormen zijn niet tot dekking te brengen.
- bescherming tegen geraakt te worden bij een schietpartij
- De rotsen boden enige dekking in het vuurgevecht dat erop volgde.
- (schaak) de mogelijkheid terug te slaan wanneer een stuk geslagen wordt