declareren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·cla·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| declareren |
declareerde |
gedeclareerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
declareren (overgankelijk)
- een declaratie indienen b.v. t.a.v. gemaakte onkosten, opgeven
- aangifte doen van goederen bij de douane of voor de belasting, aangeven
- (informatica) het specificeren van naam en type van een variabele in een computerprogramma, opgeven
- (wederkerend) zich ~: zich over iets uitspreken, verklaren
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Voorvoegsel de- in het Nederlands
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands