decimeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·ci·me·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| decimeren |
decimeerde |
gedecimeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
decimeren
- (overgankelijk) sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting
- De Romeinen decimeerden als straf een bevolkingsgroep door iedere tiende persoon te doden.
Vertalingen
1.sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.