debatteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·bat·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
debatteren
debatteerde
gedebatteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

debatteren

  1. (inergatief) elkaars standpunten met argumenten bestrijden
    Er werd heftig gedebatteerd over de situatie in Libië.