dealer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dea·ler
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dealer | dealers |
| verkleinwoord | dealertje | dealertjes |
Zelfstandig naamwoord
dealer m
- een verkoper (meestal) van één merk auto's
- een drugshandelaar
- een beurshandelaar: een dealer is een member van de beurs die uitsluitend voor eigen rekening en risico mag handelen.
- een croupier: iemand die de kaarten verdeelt in een casino
- een handelaar
Verwante begrippen
Hyponiemen
- autodealer, crackdealer, drugdealer, drugsdealer, heroïnedealer, huisdealer, merkdealer, straatdealer, subdealer, wheelerdealer
Afgeleide begrippen
- dealerbedrijf, dealercampagne, dealerkanaal, dealerlijst, dealernaam, dealernet, dealernetwerk, dealerorganisatie, dealerschap, dealerwerkplaats
Vertalingen
1. Verkoper
2. Drugshandelaar
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Zelfstandig naamwoord
dealer
- dealer m handelaar; drugshandelaar