dashboardkastje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dash·board·kast·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord dashboardkastje dashboardkastjes

Zelfstandig naamwoord

dashboardkastje o dim. tant.

  1. een afsluitbaar vak binnen handbereik van de passagier in een auto
    Hij legde zijn pistool in het dashboardkastje.
Synoniemen