dartelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dar·te·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dartelen
dartelde
gedarteld
zwak -d volledig

Werkwoord

dartelen

  1. (inergatief) speels en vrolijk heen en weer rennen
    De kalveren dartelden door de weide.
  2. (ergatief) speels en vrolijk ergens heen rennen
    Zo was hij onbezorgd door zijn jeugd gedarteld.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen