dankzegging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dank·zeg·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dankzegging dankzeggingen
verkleinwoord dankzegginkje dankzegginkjes

Zelfstandig naamwoord

dankzegging v

  1. een dankbetuiging
    Hij deed een dankzegging als dank voor de gastvrijheid.
Vertalingen