dank

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dank
enkelvoud meervoud
naamwoord dank -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dank m

  1. een goede gezindheid jegens iemand voor bewezen diensten.
    Hij bewees zijn dank met een bos bloemen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
danken

dank

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van danken
    Ik dank.
  2. gebiedende wijs van danken
    Dank!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van danken
    Dank je?


Duits

Voorzetsel

dank + 2e of 3e naamval

  1. dankzij


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ðaŋk/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

dank m

  1. dank
  2. bedankje
Verbuiging
enkelvoud meervoud
geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind
nominatief dank tank denkske tenkske denk tenk denkskes tenkskes
genitief danks tanks denkskes tenkskes denk tenk denkskes tenkskes
locatief dankes tankes dankeske tankeske dankese tankese dankeskes tankeskes
datief danke tanke denkske tenkske denk tenk denkskes tenkskes
accusatief dank tank denkske tenkske denk tenk denkskes tenkskes
Persoonlijke instellingen