dakraam
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dak·raam
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dakraam | dakramen |
| verkleinwoord | dakraampje | dakraampjes |
Zelfstandig naamwoord
dakraam o
- een raam gelegen in het dakvlak, meestal uitzetbaar
- Het dakraam stond de hele dag al open, maar nog was het warm op zolder.