dé
Uit WikiWoordenboek
dé
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar.
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar.
- gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar.
Persoonlijke instellingen