cyclus
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cy·clus
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cyclus | cyclussen, cycli |
| verkleinwoord | cyclusje | cyclusjes |
Zelfstandig naamwoord
cyclus m
- een terugkerende, regelmatige reeks
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een terugkerende, regelmatige reeks
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.