cybershop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cy·ber·shop

Werkwoord

vervoeging van
cybershoppen

cybershop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cybershoppen
    Ik cybershop.
  2. gebiedende wijs van cybershoppen
    Cybershop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cybershoppen
    Cybershop je?