cybershop
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- cy·ber·shop
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| cybershoppen |
cybershop
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cybershoppen
- Ik cybershop.
- gebiedende wijs van cybershoppen
- Cybershop!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cybershoppen
- Cybershop je?