creperen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cre·pe·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| creperen |
crepeerde |
gecrepeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
creperen
- (informeel) vergaan van, hevig lijden
- (onovergankelijk) (informeel) versmachten, omkomen door gebrek
- (overgankelijk) touperen